Situatie
De plannen lagen er. De afspraken waren gemaakt — zie de cases Iedereen deed zijn best maar het werkte niet en We maakten afspraken maar kwamen ze niet na. Maar dan komt het moment waarop iemand het voortouw moet nemen. En dan gebeurt er iets merkwaardigs: iedereen kijkt naar elkaar.
Niet omdat mensen het niet willen. Maar omdat het niet duidelijk is wie het mag. Of wie het moet. Is het veilig om je nek uit te steken? Wat wordt er van je verwacht als je de leiding neemt? En wat als het mislukt?
Die vragen worden zelden hardop gesteld. Ze leven in de onderstroom. En zolang ze onbeantwoord blijven, ontstaat er een impasse.
Aanpak
We wachtten niet tot de impasse er was. Al vroeg in het traject maakten we leiderschap tot een expliciet gespreksonderwerp. Niet met een model of een vooropgesteld antwoord, maar met open vragen: wat verstaan we hier eigenlijk onder leiderschap? Is het een eigenschap van een persoon, of van een rol? Wie mag het voortouw nemen, en wanneer? Wat mag je verwachten van de mensen die jou dat voortouw gunnen?
Die vragen leverden uiteenlopende antwoorden op — wat op zichzelf al veelzeggend was. Mensen bleken heel verschillende beelden te hebben van wie leiders zijn en wat leiderschap betekent. Door die beelden met elkaar te delen ontstond langzaam een gedeeld vocabulaire. Niet één definitie van leiderschap, maar een gemeenschappelijke taal om er over te praten.
Resultaat
Het resultaat was geen sluitend leiderschapsproces. Het was iets subtielers en duurzamers: een organisatie die weet hoe ze het gesprek over leiderschap voert. Wie claimt het voortouw, onder welke voorwaarden, en wat wordt er dan van anderen verwacht? Die helderheid maakt het veilig om leiderschap te tonen. En veiligheid is de voorwaarde voor groei.
